Vervolgingsbeslissing naar aanleiding van onderzoek taxivergunning

Op 19 november 2012 meldden het OM BES en het KPCN reeds in een persbericht dat openbare colleges en ambtenaren bij bepaalde misdrijven wettelijk verplicht zijn aangifte te doen bij de Officier van Justitie.
Deze melding vond plaats naar aanleiding van een aangifte gedaan door de gezaghebber van Bonaire. Zij deed op 8 november 2012 aangifte van vermoedelijk vervalste geschriften in een dossier in het bestuurskantoor, uit welk dossier de verdenking rees dat kennelijk door het BC -in strijd met de daarvoor geldende regels- een taxivergunning was afgegeven.

Op basis van deze aangifte is onder leiding van het OM BES een strafrechtelijk onderzoek gestart. In dit onderzoek zijn zaken in beslag genomen, verschillende getuigen gehoord, computers bekeken, en is vervolgens gedeputeerde J. Kroon als verdachte aangemerkt en als zodanig gehoord.

Het onderzoek spitste zich toe op zowel valsheid in geschrifte als oplichting.

Het onderzoek heeft het volgende resultaat opgeleverd:
Onder regie van de heer Kroon is een concept-taxivergunning voor een zekere heer H. opgemaakt, terwijl de heer H. volgens de (voor taxivergunningen) geldende wachtlijst nog niet aan de beurt was. Volgens de geldende verordening mag –in zeer bijzondere gevallen- alleen de Eilandsraad besluiten om in afwijking van die wachtlijst een vergunning te verstrekken (Eilandsverordening van de FEB 12 1962 inzake huurautodiensten, art. 22 jo 39 bis).

Voorts is de Commissie Openbaar Vervoer (COV), die conform de wettelijke procedure behoort te adviseren omtrent Taxivergunningaanvragen (en welke commissie de concept-vergunningen behoort op te stellen) niet geraadpleegd.

Onder regie van gedeputeerde Kroon is buiten de COV om een concept-besluit opgemaakt dat vervolgens door de Eilandsecretaris en de BC-leden is getekend.

Nadat de gezaghebber vernam dat de juiste procedure niet was gevolgd, heeft zij aangifte gedaan.

Door de wettelijke procedure niet te volgen en in afwijking van de geldende wachtlijst de heer H. bij voorrang een vergunning te doen verstrekken, heeft gedeputeerde Kroon zich in de visie van het OM schuldig gemaakt aan de misdrijven ‘doen plegen van valsheid in geschrifte’ en ‘oplichting’.

Vervolgingsbeslissing OM BES:
Gedeputeerde Kroon heeft zich in de visie van het OM BES aldus schuldig gemaakt aan de misdrijven zoals hierboven omschreven.

Het OM BES is echter van oordeel dat een strafrechtelijke vervolging van gedeputeerde Kroon niet opportuun is.

In de visie van het OM BES is het primair aan de lokale volksvertegenwoordiging (de eilandsraad) om de integriteit van bestuurlijk handelen te toetsen en te controleren, en zonodig te sanctioneren. Bij deze overweging speelt een rol dat de rijkswetgever op 10-10-10 de specifiek op dit soort gevallen en op gedeputeerden toeziende strafbepaling ex art. 372 ter Wetboek van Strafrecht N.A. heeft doen vervallen. In deze strafbepaling werd het handelen van een lid van een Bestuurscollege in strijd met een eigen eilandelijke wettelijke regeling op zich al strafbaar gesteld. Vermoedelijk heeft de wetgever te dien aanzien het primaat willen leggen bij lokale parlementaire controle.

Daarnaast heeft het OM BES in overweging genomen dat de verdachte een “first offender” is.

Het OM heeft de zaak tegen gedeputeerde Kroon voorwaardelijk geseponeerd, zulks met een proeftijd van 3 jaar, onder de voorwaarde dat verdachte zich gedurende proeftijd niet schuldig zal maken aan enig strafbaar feit.