Bonaire barst van de aardolie??

Stel dat Bonaire drijft op een enorme bel olie en gas. Wat doen we dan? Slaan we dan op hol en geven oliemaatschappijen meteen concessies ‘to drill, baby, drill’? Of gebruiken we ons verstand en grijpen deze kans aan om de eilanden te herenigen en tegelijkertijd onze band met Venezuela te verzegelen? De olie raakt ooit op, maar Venezuela blijft voor altijd ons buurland. En Curaçao en Aruba blijven hoe dan ook onze zustereilanden. Zou het niet mooi zijn als de ‘Black Gold Rush’ de ABC-eilanden weer tot elkaar brengt en daaruit een nieuwe duurzame band ontstaat?

De positie van de PHU is als volgt. Als er olie is, nemen we meteen contact op met Nederland en Venezuela. We beleggen een conferentie en bereiken een akkoord. De grens tussen Venezuela en de ABC-eilanden is in werkelijkheid een grens tussen het Koninkrijk en Venezuela. Dus zowel Nederland als Venezuela zijn hier direct bij betrokken. Bovendien, de PHU wil dat onze eilanden internationaal worden erkend als Neutraal Gebied. Om dat voor elkaar te krijgen moet onze band met Venezuela goed zijn, zodat ook Venezuela zich hiervoor zal willen sterk maken.

Daarom vindt de PHU dat de mogelijk aanwezige aardolie door Nederlandse en Venezolaanse bedrijven samen moet worden geëxploiteerd, d.w.z. samenwerkend in een privaatrechtelijke vennootschap (zeg: ‘ABC Oil Industry N.V.’). Shell, bijvoorbeeld, neemt daarin dan 30% en PDVSA ook. De rest (40%) is voor de ABC-eilanden (misschien samen met SSS?). Maar deze keer gaan de aandelen NIET naar de overheid. Deze keer krijgt het VOLK de aandelen, plus een gedeelte van de concessiegelden. Als de PHU het voor het zeggen heeft, krijgt elke ingezetene een gelijk aandeel in de op te richten oliemaatschappij. Iedereen ontvangt dan jaarlijks zijn winstaandeel rechtstreeks op zijn bankrekening. Zo geeft men ‘power to the people’!

In Alaska wilde men het ook op deze manier uitvoeren. Maar op het laatste moment is dit door hebzuchtige politici getorpedeerd. Als wij dit echter vanaf het begin goed begrijpen, dan kunnen we onze politici tegenhouden. Houd de hebzucht in toom! Er is genoeg voor iedereen. Olie is een geweldige kans. Maar het kan ook tot oorlog leiden. Wij kunnen laten zien dat Bonaire anders is.

Colombia en Venezuela werken ook samen bij de exploitatie van een ‘oil field’ langs de grens. Dat moet ons tot voorbeeld strekken. Hechte vriendschap met Venezuela is veel meer waard dan olie. Als we niet met Venezuela in zee gaan, maken we een eeuwige vijand. Uiteindelijk zit de olie vlakbij de grens. Venezuela heeft dus ook recht. Erken dit en werk samen!

Waarom houden we het niet allemaal voor onszelf? Waarom zouden we rekening houden met Nederland en Venezuela? Om 2 redenen, een morele en een praktische. Oliewinning vereist veel kapitaal en know-how. De know-how kan men kopen natuurlijk. En geld kan men lenen. Maar dit avontuur instappen zonder enige backing van Nederland en zonder samenwerking met Venezuela, is vragen om problemen. We zijn niet meer dan een speldpunt. Dat is een feit. En we hebben geen enkele ervaring met de winning van aardolie. Zonder geloofwaardige controle van landen die respect kunnen afdwingen, zouden de oliemaatschappijen een loopje met ons nemen. Ze zouden gouden bergen beloven, maar intussen ons blind stelen. Het is daarom beter de winning over te laten aan ervaren bedrijven met deugdelijke controle van Nederland en Venezuela. En met de garantie dat het volk ook zijn deel krijgt. Olie is een Godsgeschenk voor iedereen.

En als de olie nu net onder Bonaire zit, terwijl Curaçao en Aruba niets hebben? Wat dan? Volgens de PHU is dat precies de gouden kans die we nodig hebben om de eilanden te herenigen! Wij herhalen. De olie is niet door mensen gemaakt. Als Bonaire dus olie heeft, dan delen we het zonder enig probleem met de andere eilanden. Zo ziet de PHU het.

De PHU is zich bewust van het ecologisch belang. Daarom propageert de PHU het ‘Eco-Balans’ beginsel. Toepassing daarvan beschermt het milieu niet alleen, de Natuur gaat er zelfs op vooruit! Als er olie wordt gewonnen, dan wordt een deel van de concessiegelden opzij gezet voor herstel van de onvermijdelijke milieuschade. Uiteraard zal de schade zoveel mogelijk beperkt worden, maar het is niet realistisch te denken dat er helemaal geen schade zal zijn. Daarom moet er geld worden gereserveerd voor herstel plus daarbovenop nog iets extra. De leuze van het PHU ‘Eco-balans’ beginsel legt uit hoe dit werkt: ‘Als men 10 bomen kapt, moet men er 11 bijplanten’. Als de oliewinning 100% schade veroorzaakt, wordt er 110% hersteld.