OM maakt datum bekend van zaak “Zambezi”

In een persbericht geeft het Openbaar Ministerie informatie over de zaak “Zambezi”. Het onderzoek “Zambezi” is op verzoek van de Procureur-Generaal van de toenmalige Nederlandse Antillen door de Rijksrecherche uitgevoerd. Het strafrechtelijk onderzoek werd ingesteld, omdat uit het onderzoek Fiji van het Recherche Samenwerkingsteam (RST) Curaçao feiten naar voren waren gekomen, die wezen op aantasting van de integriteit van het openbaar bestuur van Bonaire.

Op 8 september 2009 heeft er in “Fiji” diverse huiszoekingen door de rechter-commissaris plaatsgevonden, onder meer in de woning van R.B. en B.e.H., die daarbij werden aangemerkt als verdachte van, onder meer, betrokkenheid bij witwassen, valsheid in geschrift en ambtsmisdrijven.

Op 8 juni 2010 heeft de rechter-commissaris op Bonaire, in een door de verdediging van R.B. en B.e.H. aangespannen procedure, bepaalt dat het Openbaar Ministerie het onderzoek vóór 1 november 2010 moet stoppen.

Ter uitvoering van voormelde beschikking van de rechter-commissaris is het opsporingsonderzoek in opdracht van het Openbaar Ministerie op 31 oktober 2010 stopgezet. Vervolgens heeft de Rijksrecherche het procesdossier opgemaakt en eind december 2010 ter beschikking gesteld aan het Openbaar Ministerie, waarna het, mede vanwege tijdgebrek, tot een tweetal sepotbeslissingen op 31 januari 2011 en 17 februari 2011 is gekomen.

Bij brief van 2 maart 2011 heeft de Fundashon Bon Gobernashon het Gemeenschappelijk Hof van Justitie verzocht het Openbaar Ministerie op te dragen om het onderzoek in kwestie te doen hervatten en de vervolging van R.B. en B.e.H. in alle zaaksdossiers voort te zetten.

Bij beschikking van 14 juni 2011 heeft het Hof aanleiding gezien om het onderzoek in raadkamer te hervatten teneinde het Openbaar Ministerie in de gelegenheid te stellen nader onderzoek te verrichten en het Hof over de resultaten daarvan te berichten. Het Hof heeft vervolgens bij beschikking van 13 september 2012 de vervolging gelast in twee onderzoeksdossiers.

Naar aanleiding van voormelde vervolgingsopdracht heeft het Openbaar Ministerie nader onderzoek laten verrichten door de Rijksrecherche en is eindproces-verbaal opgemaakt.

In het dossier tegen verdachte B.e.H. heeft het Openbaar Ministerie twee dagvaardingen uitgebracht, namelijk een tegen B.e.H. en een tegen zijn echtgenote. De gemeenschappelijke feiten op de tenlastelegging hebben betrekking op de hypotheekfraude rond de bouw van de woning van B.e.H. Daarnaast wordt B.e.H corruptie verweten.

Bij R.B. zijn 5 feiten ten laste gelegd: 4 corruptiefeiten en een valsheid in een notariële transportakte.

De verdachten zijn gedagvaard om op 25 november 2013 te verschijnen ter terechtzitting van het Gerecht in Eerste Aanleg BES, zittingsplaats Bonaire.